Wittenborg University of Applied Sciences
Zes maanden studentenwerving bij een Nederlandse hogeschool: de campagnes voor één markt die ik toevallig van binnenuit kende, en de promotie van een nieuw studentenhuis onder studenten die nog niet wisten waar ze wilden studeren.
Gemeten
- +180%

De opdracht
Een hogeschool verkoopt een beslissing waar een jaar overheen gaat, die meer kost dan een auto en die je niet kunt terugbrengen. Wervingsmarketing is daarom eigenlijk geen reclame. Het is voor één specifieke achttienjarige, en meestal ook voor de ouders, de vraag beantwoorden of verhuizen naar een stad die ze nooit gezien hebben een verstandig idee is.
Daar heb ik zes maanden aan gewerkt bij Wittenborg in Apeldoorn, als stagiair marketing en admissions.
Wat ik deed
De wervingscampagnes voor de Turkse markt gedraaid, het deel van de baan waar ik het beste voor zat: ik ben Turks, ik had precies die beslissing zelf genomen, en ik wist welke argumenten van een Nederlandse hogeschool aankomen in Ankara en welke helemaal niet overkomen.
Daarnaast de promotie van een nieuw studentenhuis. Huisvesting is geen voetnoot in deze beslissing. Voor een internationale student geeft het vaak de doorslag, want een opleiding die je wilt en nergens om te wonen is geen aanbod.

Wat er veranderde
De Turkse internationale inschrijvingen stegen met 180% over de cyclus.
De eerlijke lezing is dat een kleine basis in procenten makkelijk beweegt, en ik kan de campagnes niet losknippen van al het andere dat de hogeschool dat jaar deed. Wat ik wel kan zeggen is welke beslissingen van mij waren en waarom ze genomen zijn, en dat is het deel dat meeverhuist.

Daarna
Ik studeerde al aan Wittenborg toen ik de stage begon, halverwege de Master of Business Management, toegekend als MSc, met specialisatie Digital Marketing & Communication. Zes maanden lang verkocht ik dus de plek van binnenuit terwijl ik er studeerde. Dat maakte de marketingvragen ongewoon concreet: elke belofte in een campagne was er een die ik tegen mijn eigen week kon houden.
De master heb ik na de stage afgerond. Wat bleef hangen waren minder de campagnes dan de gewoonte die ze afdwongen: weten welke verkoopargumenten van een instelling de reis naar een specifieke markt overleven, en welke alleen goed klinken in het gebouw zelf. Die gewoonte ging rechtstreeks mee naar het werk daarna, van het festivalseizoen bij Dopper tot de Google Ads-accounts in Haarlem.



